Mathilde, ik kom je halen


‘Welkom in het kleiparadijs!’ lacht een jongen met zwart haar en
donkere ogen naar Mathilde. ‘Jou heb ik hier nog nooit gezien.’
’Ze is mijn nichtje,’ roept Fonske. ‘Mathilde komt bij ons wonen!’
Een paar buurvrouwen kletsen zich op de dijen van de lach.
‘Als ze daar maar geen spijt van krijgt!’

De Rupelstreek, 1900. Door familieomstandigheden komt Mathilde in het gezin van haar tante en oom terecht. Met negen kinderen wonen ze in een piepklein huisje op een steenbakkerij. Van klein tot groot, iedereen moet keihard meewerken. Mathilde schrikt van het zware leven. Al snel neemt ze het besluit om niet de rest van haar leven op een steenbakkerij door te brengen. Hoe dol ze ook is op Marie, Rosalie, Prosper en Fonske… Ze wil vluchten!

Een ontroerend en realistisch verhaal over een moedig meisje en het leven aan het begin van de 20ste eeuw. Voor lezers vanaf 11 jaar.

Het lijkt wel of niemand het tegenwoordig meer beseft… Maar het is nog niet zo lang geleden dat het leven van de meeste kinderen (en hun families) er heel anders uitzag dan nu. Mathilde is mijn grootmoeder. Als kind klom ik altijd met een schriftje op de schoot van mijn grootvader Adriaan om hem ‘over vroeger’ te interviewen. Hij vertelde mij hoe Mathilde in 1900 door familieomstandigheden op een geleeg, een steenbakkerij in de Rupelstreek terecht kwam en daar zware kinderarbeid moest doen.

In Nederland waren nog meer steenbakkerijen waar het op dezelfde wijze toeging. De slavernij in de overzeese gebieden was al in 1863 afgeschaft, maar men was blind voor wat er in het eigen land gebeurde, schreven kranten in die tijd. Complete gezinnen waren met handen en voeten gebonden aan hun bazen en hadden niet de beschikking over hun eigen leven. Ouders moesten hun kinderen wel mee laten werken, omdat de lonen zo laag waren. Tijd of geld voor school was er niet. En zo bleef de vicieuze cirkel van armoede en analfabetisme bestaan. Kinderarbeid kwam niet alleen voor in de negentiende-eeuwse fabrieken, maar ook in de huisnijverheid, de landbouw, in de mijnen en veenkoloniën waar gezinnen nog tot de Tweede Wereldoorlog in plaggenhutten woonden.

In een tijd dat meneer pastoor en de dominee in de kerk preekten ‘Er is ongelijkheid omdat God het wil,’ kreeg de arbeider de schuld van zijn armoede vanwege zijn lage morele normbesef. Hij werd gezien als een potentieel misdadiger: lui, gewelddadig en kon niet van de drank afblijven. Arbeiders werden behandeld als gebruiksvoorwerp, er was geen enkele wettelijke regeling om hem te beschermen. De werkgever was vrij om zijn arbeiders te betalen, hoe, wanneer en hoeveel hij wilde. Mishandeling en verkrachting waren meer regel dan uitzondering.

In Nederland heb je een grappig spreekwoord: ‘Als je voor een dubbeltje (centiem) geboren bent, word je nooit een kwartje (frank).’
Eeuwenlang was dat zo…
Er was een enorm verschil tussen arm en rijk, een kleine elite maakte volledig de dienst uit. De overgrote meerderheid van de bevolking had niets te zeggen. In de loop van de twintigste eeuw kwam er verandering. Eindelijk kregen alle mensen stemrecht. Het Kinderwetje van van Houten in Nederland (1874) en de Wet op de Kinderarbeid in België (1889) verboden kinderarbeid. Maar deze wetten werden massaal ontdoken. Na de invoering van de leerplicht tot 14 jaar (1914) kwam er eindelijk controle. De arbeiderslonen verbeterden langzamerhand zodat het niet langer nodig was om de kinderen mee te laten werken. Maar kinderarbeid werd nog lang gezien als een goede manier van armoedebestrijding, zo leerden ze tenminste te werken! Veel misstanden bleven tot de Tweede Wereldoorlog bestaan. Pas na de oorlog is de huidige welvaart ontstaan en is kinderarbeid in Nederland en België uitgebannen.

Bij het EMABB in Noeveren kun je een originele steenbakkerij van vroeger bezichtigen. Er is zelfs nog een straatje met arbeidershuisjes. Als je daar tussen de droogloodsen op het geleeg ronddwaalt, is het niet moeilijk om het je voor te stellen… En zie je Mathilde en Adriaan met hun steenvormen draven over de droogplaats.

Dit boek draag ik op aan al die honderdduizenden naamloze kinderen die overal op de wereld, in verleden en heden, het slachtoffer zijn van kinderarbeid.


‘Mathilde, ik kom je halen’ verschijnt eind april 2018.
ISBN 978 90 448 3270 9

Leeftijd: 11+ / URcode 283 en 284
Geb. 208 pagina’s
Formaat: 145 x 210 mm


© Copyright 2009-2018 Inez van Loon